3 dingen die ik geweldig vind aan een schetsboek meenemen op reis
- Astrid ten Bosch
- 2 jun
- 3 minuten om te lezen
Ik heb al jaren een schetsboek bij me. Op korte weekendtrips. Op lange reizen. Op retraites die ik organiseer. Op dagen dat ik alleen ben in steden waar ik niemand ken. In de loop der jaren heb ik ontdekt dat er een paar dingen zijn die voor mij de magie van het schetsen tijdens het reizen creëren.

1. Het vertraagt me.
Zodra ik mijn schetsboek open, vertraag ik. In plaats van van de ene plek naar de andere te rennen, neem ik de tijd om te gaan zitten. Om rond te kijken. Om dingen op te merken waar ik anders aan voorbij zou zijn gelopen.
Voor mij verandert reisschetsen het bezichtigen van bezienswaardigheden in echt observeren.
De manier waarop licht op een deuropening valt. De exacte tint schaduw op een witte muur. De kleine barst in een cafétafel. Als je schetst, kun je je niet haasten. Zelfs een snelle tekening vereist concentratie.
En die vertraging verandert de hele beleving van een plek.
Soms teken ik op een middag maar één hoekje van een stad. En dat ene hoekje blijft me levendiger bij dan vijf monumenten die ik snel even gefotografeerd heb.

2. Het wordt een uniek souvenir.
Voor mij wordt een schetsboek een persoonlijke herinnering.
Als ik door oude pagina's blader, zie ik niet alleen tekeningen. Ik herinner me: de gesprekken die ik met de plaatselijke bevolking had. De geluiden om me heen. De geur van eten uit de keuken vlakbij.
Een foto legt een moment vast. Voor mij legt een schets de hele ervaring vast.
Niemand anders heeft dat souvenir. Het is helemaal van jou.
Door de jaren heen zijn mijn schetsboeken een archief geworden van hoe ik de wereld heb gezien.

3. Het leidt tot gesprekken met nieuwsgierige vreemden.
Dit is misschien wel een van mijn favoriete onderdelen. Zodra je in het openbaar begint te schetsen, kan ik je bijna garanderen: mensen worden nieuwsgierig.
Ze kijken over je schouder mee. Ze vragen wat je aan het tekenen bent. Ze vertellen je verhalen over het gebouw dat je aan het schetsen bent.
Toen ik voor het eerst in het openbaar begon te schetsen en te schilderen, voelde ik me ontzettend verlegen. Ik vond het best ongemakkelijk. Ik probeerde een zo afgelegen mogelijk hoekje te vinden, ergens waar zo min mogelijk mensen waren die me konden 'storen'. Ik wilde me gewoon op mijn tekening concentreren zonder dat iemand meekeek.
Maar in de loop der jaren veranderde dat. Langzaam maar zeker voelde ik me meer op mijn gemak. En op een gegeven moment begon ik zelfs te genieten van de kleine gesprekjes die vanzelf ontstaan.
Ik heb spontane gesprekken gehad op Marokkaanse marktpleinen, in Scandinavische cafés en op Nederlandse treinstations - allemaal omdat ik een schetsboek opensloeg.
Eén ding heb ik geleerd: schetsen maakt je toegankelijker.
Het is een manier om een gesprek op gang te brengen, zelfs zonder dat je dezelfde taal hoeft te spreken.
Ik heb ooit in Marokko een groep kinderen gehad die me heel serieus in het Arabisch probeerden uit te leggen dat ik belangrijke details miste in het restaurant dat ik aan het schetsen was. Ik verstond er natuurlijk geen woord van. Maar ik begreep de boodschap wel. Volgens hen was mijn tekening onvolledig.
Uiteindelijk moesten we lachen, wezen we naar het papier en voegden we samen extra regels toe. Wat begon als "kritiek" veranderde in een ontzettend leuke interactie.
Dat is de magie ervan.
Op die momenten voel je je echt onderdeel van een plek, in plaats van er alleen maar doorheen te reizen.
Als je dit ooit zelf eens wilt proberen, begin dan klein.
Eén pagina. Een café. Een bankje in het park.
Open je schetsboek en kijk wat er gebeurt.
Je zult misschien verrast zijn.

